NAZORGVOLENDAM.NL
NIEUWS

 



‘Ma, je kunt niet twee keer verbranden'

Ze hebben levenslang. Kinderen, die door een brand zijn getekend. Maar ook hun ouders. Een leven van pijn, verdriet, zorgen, trots en geloof. Marja Kazemier (49 jaar, Assen) heeft iets gemeen met Jannig van Pooy-Schilder (50 jaar, Volendam) en Wil Zwarthoed-Sier (54 jaar, Volendam). Alledrie hebben ze levenslang. Wil en Jannig hebben allebei een dochter, die tijdens de nieuwjaarsbrand in Volendam ernstige brandwonden opliep. Marja's jongste zoon en dochter overkwam hetzelfde bij een ongeval in huis. Voor de kinderen verschrikkelijk, maar ook voor de ouders een ramp. „Het ergste wat je kan overkomen'; stelt het drietal.

Het leven in Volendam gaat door. Strafrechtelijke en vergoedingprocedures zijn afgerond. Herdenken is niet meer jaarlijks. Maar slachtoffers en ouders hebben levenslang. „We zijn stuk, er is iets beschadigd", zegt Wil. Met het verbranden ben ik mijn kinderen kwijtgeraakt, en heb ik twee andere kinderen voor terug gekregen, Qua uiterlijk, maar ook qua karakter, En ik ben zelf ook erg veranderd. Was altijd verlegen, maar ben nu strijdvaardig". stelt Marja. Jannig knikt: „Je vecht voor je kind.' „Zijn jullie ook zo moe?'; vraagt Marja. „Al je energie zit erin. Je doet veel meer dan vroeger., De dag na een bruiloft bijvoorbeeld ben ik helemaal kapot. Ik doe zó mijn best om vrolijk te zijn'; aldus Jannig. Maar het vrolijk zijn, lukt Wil niet
meer.

„Ik heb nooit meer écht plezier. Toen ze aan de deur kwamen met,het slechte nieuws ben ik zo geschrokken. Dat is nooit meer over gegaan!' Jannig: „Elk weekeinde als ze niet thuis is, word ik om half een wakker. Dan lig ik te wachten tot ze thuis is. Altijd bang dat er iets is gebeurd. Zij zegt dan: 'Ma, je kunt niet twee keer verbranden'. Ze zijn positief ingesteld, hoor."

Positiever dan hun moeders? „Ik heb goede en slechte dagen. Het blijft je kind. Dat is gaaf en bijzonder en je bent er trots op. Je ziet een mooie toekomst. Die toekomst is weg, maar trots ben ik nog steeds:' De pijn is nog dagelijks voelbaar. „Ik ben nog steeds,boos. Heel boos", vertelt Wil. „Ik word er letterlijk misselijk van'; vult Jannig aan. „Maar het ergste was: ze ging als een kind van 14 weg en kwam als een volwassene van zo uit het ziekenhuis. Die jaren heeft ze overgeslagen", vervolgt Wil.

Frustratie voorbij
Marja is de frustratie voorbij. ;,Een buurjongen is de aanstichter van een brandje geweest, dat het heeft veroorzaakt. Ik ben negen jaar ontzettend boos geweest. Maar nu is dat over. Ik heb medelijden met hem. Hij moet verder leven met het idee dat hij de veroorzaker is." Wil: „Ze moeten van je kinderen afblijven. Maar het is hier in Volendam moeilijk om een schuldvraag neer te leggen." Jannig is niet boos. „Op wie dan? Of op wie niet? Niemand heeft dit gewild. Maar ik ben heel verdrietig. Nog steeds."

Brandwonden en alles wat daarmee samenhangt kunnen een probleem zijn bij het aangaan van relaties. Maar daar maken de moeders zich geen zorgen over. „Die blijft niet over'; stelt Marja over haar dochter. „Maar het zal geen jonge knul zijn. Het wordt er een die verder kijkt dan brandwonden, die het mooie onder de littekens ziet.'

Het gaat niet alleen om de pijn. Ook de vooroordelen schrijnen. „Als je verbrand bent, denken ze dat je achterlijk bent. Mensen met een lichamelijke handicap hebben dat ook. Dan wordt je opeens niet meer als volwaardig gezien.' Het bijzondere is dat hun kinderen zich niet verstoppen, zoals hun moeders - denken ze zelf - wel zouden hebben gedaan. „Mijn dochter gaat niet zonder make up de deur uit. Draagt gewoon een bikini en spaghettibandjes", zegt Jannig. „Ze heeft haar haren roze geverfd: dan keken ze tenminste naar het haar."

Misschien zijn de kinderen wel sterker dan hun ouders. „Ze heeft mij er doorheen getrokken.
Het is een heel lief kind en veel sterker dan haar moeder. Zij heeft mij geholpen'', zegt Wil. En ook de schoolprestaties zijn verrassend goed. Zelf putten ze veel steun uit hun geloof. „Hij bestaat. Zonder Hem had ik het niet gered. Het geloof geeft kracht'; vertelt Jannig. „Mijn geloof is in de loop der jaren enorm gegroeid. Moeilijk uit te leggen, maar ik voel de kracht die me de energie geeft dit te doen'; stelt Marja. Wil: „Ik geloof niet meer, ik weet het zeker. Ik heb ook altijd het vertrouwen gehad dat mijn dochter niet zou sterven, terwijl de dokter vertelde dat haar leven aan een zijden draadje hing.'

Het zijn zaken die houvast bieden. Kracht geven om door te gaan. En opvallend: ze willen dat het verhaal niet alleen negatief wordt. „Ik wil het positief afsluiten vertelt Marja, terwijl de anderen knikken. „Want ondanks alle ellende en verdriet is het leven toch de moeite waard. En dat antwoord krijg je ook als je het mijn dochter vraagt.'

TERUG